Het concept universal search werd in mei 2007 aangekondigd door Google als een nieuw principe om verticale zoekomgevingen te integreren. Voor Google betekende dit de integratie van hun afzonderlijke omgevingen books, video, news, images, … op het algemene hoofdadres. Afzonderlijke informatie silo’s worden ook verticale zoekmachines genoemd.
Een verticale zoekmachine is afgebakend tot een bepaald soort informatie, een bepaald onderwerp, een bepaalde collectie, … bijvoorbeeld van een specifieke bibliotheek of groep van bibliotheken.
In het concept van universal search blijven de verticale zoekomgevingen naast elkaar bestaan maar ze worden in een horizontale zoekmachine geblend of gemixt gepresenteerd.
Een grote uitdaging van universal search ligt in het overzichtelijk en/of gepersonaliseerd presenteren van resultaten uit verticale zoekmachines.
Universal search kan ook voor de zoekomgeving van bibliotheken een rol spelen bij het geïntegreerd en overzichtelijk presenteren van (informatie over) fysieke en digitale bibliotheekcollecties.
Meer informatie over universal search
Categorie: Software
API, of een Application Programming Interface, is de softwarelaag die ervoor zorgt dat verschillende software-omgevingen met elkaar kunnen communiceren. Een API definieert hoe er toegang kan verkregen worden tot een software-omgeving om (extra) functies te bouwen in een andere omgeving. Door een API is het mogelijk om gegevens aan te spreken en zo bijvoorbeeld een zoek- en/of presentatie-omgeving te bouwen op een databank.
De code om gegevens van een databank of website te integreren op een andere website is één van de essenties van web2.0. Een API is benaderbaar via methoden als SOAP, RSS, of XML/RPC. Het formaat dat teruggestuurd wordt kan bijvoorbeeld XML of JSON zijn.
Door publieke API’s op het web is het mogelijk om nieuwe webpagina’s te ontwikkelen die gegevens van diverse webbronnen combineren in een mashup.
SRU, of Search and Retrieval via URL is een XML-gebaseerde standaard waarbij het zoeken en ophalen van metadata worden afgehandeld via het HTTP- of webprotocol. SRU zet de kennis en ervaring van Z39.50 om naar een webomgeving. Bij SRU wordt HTTP als transportmedium voor de data gebruikt. De vraagstelling (query) wordt als een URL verstuurd, er wordt een XML-bestand via HTTP in een webpagina teruggestuurd.
Meer informatie over SRU
Z39.50 is een protocol van NISO waar in een standaard vastgelegd is hoe een client (zoekinterface) kan communiceren met een server (gegevensdatabank) voor het ophalen van data. Een client die het Z39.50 protocol ondersteunt en communiceert met een Z39.50 server kan in de externe databank gegevens zoeken, vinden en overhalen. Als de client deel is van een client-server-applicatie betekent dit dat de gegevens uit de verwijderde server (met een on-the-fly conversie) kunnen geïmporteerd worden in de eigen databank. Z39.50 wordt in bibliotheken gebruikt voor kopieercatalografie waarbij titelbeschrijvingen uit een externe databank overgehaald worden naar de eigen catalogus. Een andere toepassing van Z39.50 in bibliotheekcontext is het gedistribueerd zoeken, waarbij er via de internetbrowser (client) vanaf 1 zoekadres met 1 zoekvraag in verschillende databanken (servers) tegelijk gezocht wordt. Het resultaat is in dat geval een overzichtspagina van zoekresultaten verdeeld per bron waarin gezocht werd.
Z39.50 is een relatief oude standaard die door de Library of Congress ontwikkeld werd voordat er sprake was van XML en webservices. De standaard is ingehaald door de modernere varianten SRU en SRW.
Meer informatie over Z39.50.
OPAC, of Online Public Access Catalog, is het publiek toegankelijke deel van de bibliotheekcatalogus. De OPAC is de interface waarmee het publiek via de gecatalogiseerde gegevens kan zoeken of bladeren in de collectie van een bibliotheek of -netwerk. Welk publiek kan zoeken via deze interface is afhankelijk van de toegang die de bibliotheek voorziet tot deze zoekmodule. In geval een bibliotheek of -netwerk een OPAC met webinterface heeft én deze vrij publiceert op internet dan heeft iedereen (met internet) toegang tot de publieke zoekomgeving van de catalogus. Bibliotheken die de (web-)OPAC niet publiceren op internet bieden enkel toegang binnen de muren van de bibliotheek.
Het ultieme doel van een OPAC is de weg te wijzen naar de plaats waar een publicatie in de bibliotheek of op het internet kan gevonden worden. Recente OPAC-software biedt ook mogelijkheden om publicaties online te reserveren, uitgeleende werken te verlengen, aankoopsuggesties door te sturen, wenslijsten samen te stellen, bibliografieën te exporteren, de collectiebeschrijvingen aan te vullen met eigen besprekingen commentaar, trefwoorden, …
OPAC’s maken vaak deel uit van de geïntegreerde bibliotheeksoftware. Een relatief recente trent is het voorzien van een afzonderlijk indexeerplatform naast de geïntegreerde bibliotheeksoftware, waarop behalve catalogusdata ook andere (fulltext) data samen met de catalogusgegevens doorzoekbaar zijn of in combinatie met de catalogusgegevens gepresenteerd worden.
RSS, staat voor Really Simple Syndication , ook wel Rich Site Summary of RDF Site Summary genoemd. Het is een toepassing van de opmaaktaal XML waarmee een RSS-gebruiker op eenvoudig wijze vernieuwingen op websites kan volgen. Met een RSS-lezer (reader) kan je je abonneren op websites die RSS ondersteunen. RSS-lezers zijn gratis verkrijgbaar en ook ingebouwd in recente versies van internetbrowsers. Eens je gekozen hebt met welke RSS-lezer je vernieuwingen op websites zult opvolgen is het een kwestie van de websites toe te voegen aan de RSS-lezer. Als de website RSS ondersteunt zal de lezer het stukje software herkennen waar de vernieuwingen gelogd worden in één of meerdere online feeds. Als de feeds toegevoegd zijn krijg je bij het openen van de lezer per website de recente toevoegingen te zien.
Bij het toevoegen van een website die RSS ondersteunt is het ook mogelijk om diepere linken dan de homepagina toe te voegen. Daardoor kan je vernieuwingen van bepaalde delen op een website opvolgen. Bij webcatalogi van bibliotheken die RSS en OpenURL ondersteunen kan je diep linken naar een zoekvraag en zo de nieuwe materialen uit je eigen interessegebied(en) opvolgen.
NCIP, of Circulation Interchange Protocol is een door NISO erkende standaard die de communicatie van uitleentransacties tussen verschillende systemen en interfaces standaardiseerd. De standaard is ook bekend onder de naam Z 39.83:2002 .
Een voorloper van NCIP is het SIP2-protocol.
SIP2 staat voor Standard Interchange Protocol, versie 2 en is een communicatieprotocol dat ontwikkeld werd door de firma 3M. In het communicatieprotocol is vastgelegd hoe verschillende softwaresystemen met elkaar communiceren over uitleentransacties. Zo kunnen zelfuitleenautomaten bijvoorbeeld communiceren met de geïntegreerde bibliotheeksoftware. Het protocol is uitgegroeid tot een industriestandaard waardoor het ook door andere systeemleveranciers gebruikt wordt. Het recenter ontwikkelde protocol NCIP van NISO kan de SIP2-standaard vervangen als alle systemen de nieuwere standaard ondersteunen.