Web 3.0
Web 3.0 wordt in verschillende betekenissen gebruikt. De meest voorkomende omschrijving is de realisatie van het semantisch of betekenisvolle web, zoals in 1999 omschreven door Tim Berners-Lee. De explosie aan content die beschikbaar is door goedkopere schijf- en opslagruimte én massaal gecreëerde gegevens via web 2.0-toepassingen maakt het mogelijk om uit deze data inhoudelijke verbanden met machine-logica te extraheren. Door toekennen van bijvoorbeeld vrije trefwoorden (tags) aan websites (social bookmarking), het ontsluiten van de eigen bibliotheekcollectie met vrije trefwoorden, het opbouwen van encyclopedieën en kennisdatabanken door de internetgemeenschap (wiki’s), … kunnen verbanden tussen termen -die bv. veel dicht bij elkaar voorkomen- gezien worden als verwante begrippen waardoor de data voor machines interpreteerbaar worden. Dit neemt niet weg dat door mensen vastgelegde verbanden in manueel gecreëerde thesauri ook een belangrijke bron vormen voor de realisatie van het semantische web. Het semantische web is nog voor een groot deel theorie. Toepassingen ervan kunnen vorm krijgen in slimme vormen van data-aggregatie en zouden problemen die een gevolg zijn van informatie-overvloed kunnen helpen oplossen.
FRBR
FRBR, of Functional Requirements for Bibliographic Records, is een conceptueel model dat voor het eerst bechreven is in 1998 in een rapport van IFLA. Het concept beschrijft een gelaagde modelering van bibliografische data waarin verschillende logische niveaus onderscheiden worden. Het model is geënt op het databanktechnische entity-relation model waarbij entiteiten maar één keer bestaan in de databank en naar gelang de te beschrijven eenheid met andere entiteiten in relatie gebracht worden. In de beschrijving van een publicatie kunnen verschillende logische niveaus onderscheiden worden:
- het werk: creatie van één of meerdere personen. bv. het Stabat Mater van Antonio Vivaldi, De avonden van Gerard Reve
- de expressie van een werk: vertaling, bepaalde uitvoering van een muziekwerk, … bv. een uitvoering met Andreas Sholl, de Engelse vertaling
- de manifestatie van een expressie: de uitgavevorm. Bv. op cd, gedrukt, …
- het item: specifiek exemplaar van een manifestatie: cd op het rek in bibliotheek x, gesigneerd exemplaar
Deze logische niveaus vormen de eerste entiteitengroep. Elk niveau van deze groep kan gekoppeld worden aan personen of instellingen die voor een niveau verantwoordelijk zijn. De verantwoordelijken zijn de 2de entiteitengroep. De 3de groep entiteiten zijn de onderwerpen (concept, object, gebeurtenis, plaats) die op hun beurt aan elk niveau binnen groep 1 of 2 gekoppeld kunnen worden.
Traditioneel worden alle logische niveaus in een niet of weinig gelaagde titelbeschrijving opgenomen. Het detecteerbaar maken van de verschillende FRBR-niveaus opent een wereld van nieuwe gebruiksvriendelijke en efficiëntieverhogende werk-, presenteer-, en zoekmethodes in (bibliotheek-) catalogi.
Meer informatie over FRBR
ONIX
ONIX staat voor ONline Information eXchange en is een metadatastandaard voor het ordenen en verspreiden van gegevens over boeken in een digitale omgeving (internet, databanken van uitgevers, boekhandelaars, bibliotheken, …). In Onix zijn zowel datavelden (meer dan 400) als de wijze waarop een ONIX-bericht verzonden wordt, vastgelegd in de standaard. Een ONIX-bericht is een set van boekgegevens, voorafgegaan door labels, gestructureerd volgens een stramien dat definieert hoe de gegevens geordend en onderling verbonden zijn. Het geheel van regels is vastgelegd in een ONIX-DTD. Het ONIX-bericht wordt geschreven, bewaard en getransporteerd in XML.
De ONIX-standaard is ontwikkeld om voor alle betrokkenen in de boekverdeelketen dezelfde éénmaal aangemaakte metadata zo ruim mogelijk beschikbaar te stellen. De Library of Congres ontwikkelde daartoe een gestandaardiseerde vertaling van de ONIX- naar de MARC21-veldstructuur die veel gebruikt wordt door bibliotheken.
ONIX wordt gepubliceerd en onderhouden door EDItEUR in samenwerking met BISG (Book Industry Study Group) in de USA en BIC (Book Industry Communication) in de UK.
Meer informatie over ONIX.
SRU
SRU, of Search and Retrieval via URL is een XML-gebaseerde standaard waarbij het zoeken en ophalen van metadata worden afgehandeld via het HTTP- of webprotocol. SRU zet de kennis en ervaring van Z39.50 om naar een webomgeving. Bij SRU wordt HTTP als transportmedium voor de data gebruikt. De vraagstelling (query) wordt als een URL verstuurd, er wordt een XML-bestand via HTTP in een webpagina teruggestuurd.
Meer informatie over SRU
VVBAD
VVBAD, of de Vlaamse Vereninging voor Bibliotheek- Archief- en Documentatiewezen is de belangenverrening van de informatiesector in Vlaanderen. De missie van de VVBAD is om de “medewerkers van bibliotheken, archieven en documentatiecentra te ondersteunen zodat zij op de hoogst mogelijke professionele wijze hun diensten ter beschikking kunnen stellen van de samenleving, van hun opdrachtgevers en van hun gebruikers”. In dit kader organiseert de VVBAD studiedagen, studiereizen, een 2-jaarlijkse informatiebeurs, overleg in vak- en werkgroepen, … De VVBAD publiceert enkele vaktijdschriften waaronder Bbiliotheek- & archiefgids en Info.
De vereniging is opgericht in 1921.
Meer informatie: website VVBAD.
Z39.50
Z39.50 is een protocol van NISO waar in een standaard vastgelegd is hoe een client (zoekinterface) kan communiceren met een server (gegevensdatabank) voor het ophalen van data. Een client die het Z39.50 protocol ondersteunt en communiceert met een Z39.50 server kan in de externe databank gegevens zoeken, vinden en overhalen. Als de client deel is van een client-server-applicatie betekent dit dat de gegevens uit de verwijderde server (met een on-the-fly conversie) kunnen geïmporteerd worden in de eigen databank. Z39.50 wordt in bibliotheken gebruikt voor kopieercatalografie waarbij titelbeschrijvingen uit een externe databank overgehaald worden naar de eigen catalogus. Een andere toepassing van Z39.50 in bibliotheekcontext is het gedistribueerd zoeken, waarbij er via de internetbrowser (client) vanaf 1 zoekadres met 1 zoekvraag in verschillende databanken (servers) tegelijk gezocht wordt. Het resultaat is in dat geval een overzichtspagina van zoekresultaten verdeeld per bron waarin gezocht werd.
Z39.50 is een relatief oude standaard die door de Library of Congress ontwikkeld werd voordat er sprake was van XML en webservices. De standaard is ingehaald door de modernere varianten SRU en SRW.
Meer informatie over Z39.50.
ZIZO
ZIZO, staat voor Zonder Inspanning Zoeken, en is een vraaggericht plaatsingssysteem voor de non-fictie collectie in (Openbare) Bibliotheken. Het plaatsingssysteem is ontwikkeld om vanuit een gebruikersvriendelijk standpunt de collectie zo te plaatsen dat het volledige antwoord -vanuit verschillende invalshoeken- gegroepeerd opgesteld is. ZIZO doorbreekt hiermee wetenschappelijk georiënteerde ordeningen zoals SISO en UDC.
ZIZO wil navigeren door de rekken aantrekkelijker maken door het gebruik van pictogrammen in combinatie met tekst tegenover een louter numerieke of systematieke etikettering op materialen en bibliotheekkasten.
Er zijn, bepaald door de aard en de doelgroep van de collectie, verschillende ZIZO-indelingen ontwikkeld: ZIZO-jeugd, ZIZO-volwassenen, Mini-ZIZO en ZIZO voor prentenboeken.
Meer informatie over ZIZO
RFID
RFID staat voor Radio Frequency Identification en is een techniek die -zoals de term aangeeft- zaken kan identificeren door middel van radiogolven. Zaken worden identificeerbaar gemaakt door ze te voorzien van een RFID-chip of tag waarop de identificerende informatie opgeslaan is. In het geheugen van de chip wordt een identificerend nummer en/of andere identificerende gegevens (bv. een foto) opgeslaan. De informatie op de chip kan via de radiogolven “uitgelezen” worden. Onderdelen van een bibliotheekcollectie die voorzien zijn van een RFID-tag kunnen door een RFID-reader gelezen worden. Toepassingen van RFID in bibliotheken kunnen zijn: zelfuitleenbalies, zoeken-identificeren-inventariseren van de collectie met een Digital Library Assistant, intelligente terugneemkasten, …
AVM
AVM, staat voor AudioVisuele Media, en wordt gebruikt als verzamelterm voor collectie-onderdelen die drager zijn van beeld en klank. De term is bij Openbare Bibliotheken in gebruik geraakt vanaf het moment dat er meer dan gedrukte boeken deel van de collectie werden: LP’s, audiocassettes, cd’s, dvd’s, …
Door het verdwijnen van de analoge beeld- en geluidsdragers in Openbare Bibliothekeekcollecties wordt het begrip “digitale collectie” meer gebruikt als verzamelterm voor alle materialen waar beeld en/of geluid en/of tekst gecombineerd zijn. Onder digitale collectie kan begrepen worden: websites, muziekcd’s en -dvd’s, e-books, films, games, luisterboeken, mp3-bestanden, digitale tekstbestanden, …
IDM
IDM, of InformatieDienstverlening en -Management, is de term die gebruikt wordt voor de informatiesector met bijhorende Bachelor-opleiding in Nederland. IDM vervangt voor Nederland de afkorting BDI waarmee het ruime werkveld van de IDM’er expliciet gemaakt wordt. Mogelijke functies voor informatiespecialisten zijn: contentmanager, bibliothecaris, webcoördinator, consultant informatie mangagement, kennisbeheerder, archivaris, …