DOI

DOI, of de Digital Object Identifier is een systeem voor het identificeren van content in een digitale omgeving.  Digitale documenten of objecten kunnen in de loop van de tijd veranderen van inhoud of van plaats.  Omdat de DOI-naam ongewijzigd blijft kan een object blijvend geïdentificeerd worden.
Het DOI-systeem wordt beheerd door de Internation DOI Founation (IDF).  DOI-namen volgen een vaste semantische syntax die vastgelegd is in de NISO-standaard Z39.84-2005.
Een voorbeeld van een DOI is de identifier “doi:10.1000/186” voor de digitale versie van het DOI-handboek.
Meer informatie over DOI.

Ontologie

Ontologie, of ontology, is in oorsprong een Grieks begrip dat staat voor de “zijnsleer”. In de informatiewetenschap staat een ontologie voor de weergave van een set van concepten in een (kennis)domein.  In een ontologie worden definities van concepten en relaties tussen concepten vastgelegd. Ontologieën worden ingezet om machines kennis bij te brengen.  Ontologieën vervullen in deze rol een basis voor de semantische logica waarmee het web 3.0 concepten en hun betekenissen (her)kent en via semantische linken een betekenisvolle connectie tussen ideeën mogelijk maakt. Een ontologie kan gezien worden als een taxonomie + thesaurus + woordenboek.  De basisingrediënten van een ontologie zijn:

Een concept kan over verschillende kennisdomeinen heen een andere betekenis, of andere gerelateerde concepten, hebben.  Daarom is een ontologie typisch een conceptuele weergave van betekenissen binnen een bepaald kennisdomein.   Ontologieën waarin algemene concepten, los van een specifiek kennisdomein, omschreven zijn, worden een foundation ontology, upper ontology of top level ontology genoemd.   De Web Ontology Language (OWL) is een W3C-standaard voor het definiëren van Webontologieën. Bibliotheken die traditioneel de rol vervullen van classificeren en ordenen van informatie kunnen met de creatie en onderhoud van ontologieën een rol spelen in het semantische web.

NUR

NUR staat voor de Nederlandse Uniforme Rubrieksindeling en is sinds 2002 de opvolger van de NUGI.  De NUR-standaard is samengesteld door verschillende organisaties uit het Boekenvak in Vlaanderen en Nederland.
NUR is een classifcatiesysteem dat met 3-letterige codes iets zegt over de inhoud en de verschijningsvorm van een boek.   Het eerste cijfer geeft de hoofdrubriek weer (bv. 2 voor Kinderboeken).  Het 2 en 3de cijfer vormen samen de subrubriek (bv. 82 voor Fictie 7-9 jaar).
Anders dan bij classificatiesystemen van, en toegekend door, bibliotheken wordt de NUR-code bepaald door de uitgever.  Al bij de ISBN-registratie wordt een NUR-code voor een nog te produceren boek opgegeven.  Dit vroege stadium van toekenning zorgt ervoor dat de rubricering afgedrukt is in het boek.  Een uitgever kan maximaal 2 NUR-codes toekennen per titel.
De indeling wordt enerzijds gebruikt om zicht te krijgen op verkoopscijfers per rubriek en is anderzijds ook een mogelijk plaatsingssysteem voor fictie en non-fictie in de boekhandel of in de bibliotheek.
Meer informatie over NUR.

NUGI

NUGI staat voor de Nederlandse Uniforme Genre Indeling.  NUGI is in 1986 ingevoerd als opvolger van de UGI die sinds begin jaren ‘70 van de vorige eeuw gebruikt wordt als een inhoudelijke rubriekscodering voor boeken.  NUGI werd in 2002 vervangen door het huidige NUR-systeem.   UGI werd ontworpen door de “Stichting Speurwerk betreffende het Boek”, het marktonderzoekinstituut van het boekenvak in Nederland.

Folksonomy

Folksonomy is een term die gebruikt wordt voor het resultaat dat onstaat door het massaal toekennen van tags.    Bij het analyseren van termen die door een grote massa gebruikt worden om content te beschrijven ontstaan “spontane” verbanden tussen veel-samen-voorkomende door het “volk” gebruikte termen.  Deze relaties kunnen vergeleken worden met de structuren die eigen zijn aan een thesaurus of taxonomie.
De structuren die manueel opgebouwd worden in een thesaurus of taxonomie zijn een gevolg van toepassing van voorgedefinieerd afspraken over de aard van een verband tussen twee of meer termen of concepten.
De verbanden in een folksonomy onstaan “spontaan” door (machine-)bereking van relaties tussen veel voorkomende termen.
Toepassingen waarbij de machineberekening van verbanden tussen tags gebruikt worden voor bijvoorbeeld zoekmachine-optimalisering kunnen gekaderd worden in de Web 3.0-stroming.

Tag

Tag is de term voor een tref-, rubriek-, sleutelwoord of label dat gebruikt wordt om digitale bestanden of documenten kort samen te vatten en terugvindbaar te maken in een digitale omgeving.  Tagging, of het vrij toekennen van trefwoorden, is populair geworden met de web 2.0-generatie.   Internetgebruikers ontsluiten hun eigen content of content van anderen met vrij gekozen tags. Bijvoorbeeld: foto’s op sociale websites als Flickr, boeken in de eigen bibliotheek op LibraryThing, muziek op last.fm, … Content wordt op die manier groepeer- en terugvindbaar met woordenschat waarmee de gebruikers zelf vertrouwd zijn.

Taggen is vergelijkbaar met het toekennen van trefwoorden door bibliotheken.   Anders dan bij trefwoordenontsluiting door bibliotheken gaat het bij taggen niet om een structuur met vooropgestelde termen, vastgelegde regels voor het bepalen van nieuwe termen of het manueel opbouwen van verwijzingsstructuren in thesauri of taxonomieën.   Het resultaat van grote verzamelingen tags wordt een folksonomy genoemd.
Wanneer de bibliotheekcatalogus opengesteld wordt om gebruikers te laten taggen kunnen we spreken van een bibliotheek 2.0-toepassing.
Toepassingen waarbij de machineberekening van verbanden tussen tags gebruikt worden voor bijvoorbeeld zoekmachine-optimalisering kunnen gekaderd worden in de Web 3.0-stroming.

Vlacc

Vlacc staat voor Vlaamse Centrale Catalogus.  De Vlacc is een bibliografische databank die sinds de jaren ‘70 opgebouwd wordt door 6 grote Openbare Bibliotheken (voorheen de 6 Centrale Openbare Bibliotheken voor Vlaanderen), het bibliografisch centrum Vlabin-VBC en een geautomatiseerde gegevensinstroom van titelbeschrijvingen voor muziekgeluidsdragers uit de databank van de Centrale Discotheek Rotterdam.
De openbare bibliotheken van Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Hasselt en Leuven voeden de bibliografische databank door het beschrijven van hun eigen collecties.  De titelbeschrijvingen worden gemaakt/verrijkt volgens in werkgroepen vastgelegde invoerafspraken.
De Vlacc wordt gecoördineerd door Bibnet (voorheen VCOB).  Binnen deze organisatie is het project onder de naam Open Vlacc sinds 2006 een katalysator voor het introduceren van vernieuwingen en meer standaardisering van metadata-toepassingen in Openbare Bibliotheken.
De Vlacc is het bibliografische achtergrondbestand voor de sector.  Elke Openbare Bibliotheek kan via een connectie tussen het eigen bibliotheekbeheerssysteem en Open Vlacc titelbeschrijvingen overnemen om de eigen catalogus op te bouwen.   Voor het publiek is de centrale databank, samen met andere metadata en fulltextbronnen, doorzoekbaar op http://zoeken.bibliotheek.be
Meer informatie over Vlacc

BIOS

BIOS staat voor Bibliotheek Informatie- en OpvolgingsSysteem.  Jaarlijks geven door de overheid gesubsidieerde openbare bibliotheken gegevens door over hun collectie, uitleningen, leners en bezoekers, personeel, ICT, dienstverlening en activiteiten, infrastructuur en toegankelijkheid, inkomsten en uitgaven.
De dataverzameling heeft als doel het lokale en Vlaamse bibliotheekbeleid te ondersteunen met statistische informatie.   Bibliotheken en lokale besturen kunnen via de website rapporten op maat maken en de eigen werking in het perspectief van een andere bibliotheek(groep) zien.   BIOS2 staat voor de herziening en uitbreiding van het BIOS-platform.
Meer informatie over BIOS.

Metadata

Metadata zijn data die andere data (boeken, cd’s, websites, dvd’s, jpeg-bestanden, mp3-bestanden, …) beschrijven.  De metadata geven inhoudelijke of technische informatie over de bron die ze beschrijven: titel, auteur, onderwerp, publicatietaal, merk en type camera, iso-speed, resolutie, samplefrequentie, …
Metadata worden gecreëerd/gegenereerd om de eigenlijke data toegankelijk(er) te maken door de inhoud, de vorm of technische kenmerken te benoemen.  Bij digitale bronnen kunnen metadata deel uitmaken van het bestand zelf, bv. metadata in exif-formaat als deel van een jpeg- of tiff-bestand.
Andere voorbeelden van metadata zijn: beschrijving van een boek op een steekkaart, de CIP-gegevens in een boek, technische kenmerken als deel van een mp3-bestand, metatags als beschrijving van een webpagina, …
De bibliotheekcatalogus is een typisch product van manueel gecreëerde metadata.

Web 3.0

Web 3.0 wordt in verschillende betekenissen gebruikt.  De meest voorkomende omschrijving is de realisatie van het semantisch of betekenisvolle web, zoals in 1999 omschreven door Tim Berners-Lee.   De explosie aan content die beschikbaar is door goedkopere schijf- en opslagruimte én massaal gecreëerde gegevens via web 2.0-toepassingen maakt het mogelijk om uit deze data inhoudelijke verbanden met machine-logica te extraheren.   Door toekennen van bijvoorbeeld vrije trefwoorden (tags) aan websites (social bookmarking), het ontsluiten van de eigen bibliotheekcollectie met vrije trefwoorden,  het opbouwen van encyclopedieën  en kennisdatabanken door de internetgemeenschap (wiki’s), … kunnen verbanden tussen termen -die bv. veel dicht bij elkaar voorkomen- gezien worden als verwante begrippen waardoor de data voor machines interpreteerbaar worden.  Dit neemt niet weg dat door mensen vastgelegde verbanden in manueel gecreëerde thesauri ook een belangrijke bron vormen voor de realisatie van het semantische web.  Het semantische web is nog voor een groot deel theorie.  Toepassingen ervan kunnen vorm krijgen in slimme vormen van data-aggregatie en zouden problemen die een gevolg zijn van informatie-overvloed kunnen helpen oplossen.

Volgende pagina →